KOEN DELAERE – Sunspots

Geplaatst in: Current exhibition, Home | 0

base-alpha gallery, koen delaere

21.01 – 06.03.2021
Opening Thu. 21.01 from 19h
BORGER nocturne Fri. 22.01 from 18h

Scrol down for English

Al op jonge leeftijd tekende Koen Delaere onder meer flyers en posters voor optredens in het jeugdhuis. Hij boekte er bands en nam zelf enkele keren de rol van zanger op zich in punkbands. Terwijl hij kunst studeerde in Tilburg, bleven beeldende kunst en muziek elkaar kruisen. Hoewel muziek ook nu een drijvende factor blijft, koos hij volop voor het schilderen.

Abstracte schilderkunst heeft een oneindig potentieel wat materialen, methodes en expressie betreft. Delaere legt zijn eigen spelregels vast, maar laat vervolgens veel over aan impulsen. Elke reeks is een experiment met hoe een werk zich kan ontwikkelen. De werken in de tentoonstelling ‘Sunspots’ bestaan uit vele lagen verf, vermengd met acrylmediums, die vervolgens naar twee verschillende kanten van het doek zijn geschraapt (uitzonderlijk ook wel naar één enkele zijde). Omdat de verf dan in een dikke golf onder- of bovenaan het schilderij samenkomt, krijgen de werken ook een sculpturale dimensie.

“Ik wil iets doen dat fysiek is: vanuit het lichaam en lichamelijkheid. Een schilderij als object dat zich verhoudt tot mijn eigen lichaam en dat van een ander. Voor mezelf noem ik het ‘anti-design’.”
Koen Delaere

De fysieke relatie tot het werk is erg belangrijk voor Delaere. De behoefte om zich lichamelijk uit te drukken is menselijk: door te sporten, door te dansen, door muziek te spelen. Ook een concert bijwonen is een fysieke (zij het collectieve) ervaring. Elk schilderij is in de eerste plaats een resultaat van de fysieke handelingen van de kunstenaar. Die gebeuren niet doordacht of in een nauwkeurig uitgestippelde volgorde; eerder impulsief en vanuit een lichamelijk bewustzijn. Het lichaam heeft een eigen intelligentie, die Delaere wil opzoeken. Hiervoor moet hij externe prikkels, ratio en taal uitschakelen. Daar waar hij vroeger nog steevast op zoek ging naar triggers, herinneringen aan concrete gebeurtenissen, als uitgangspunten voor zijn werk, sluit hij zich daar nu van af in functie van een puur lichamelijke kracht. In een georganiseerde en gecontroleerde wereld, waar de ratio het steeds weer van ons overneemt, wil hij bewust zijn impulsieve kracht bewaren.

Delaere werkt snel. Schilderen is het liefste wat hij doet, maar toch is een werk al na gemiddeld anderhalf uur klaar. Hij werkt niet in een roes, maar in een moment van hyperfocus. Een schilderij is vergelijkbaar met een punknummer: al wat er te zeggen is, alle energie, zit gebald in dat ene, korte moment. Het is zo weer voorbij, maar dat is niet erg: het werk kan voortleven in een nieuwe fysieke relatie, met de kijker.

De schilderijen ogen misschien chaotisch – ze staan immers vol met vlekken, spatten en streken – maar zijn ook ritmisch. Hun basisritme herhaalt zich bovendien doorheen de tentoonstelling, wat het geheel tot een repetitieve, visuele en lichamelijke ervaring maakt. Als een bezwerende dans, maar niet in een trance – wel in een puur fysieke, explosieve energetische beleving: een actie om het lichaam op te laden, het fysieke bewustzijn open te stellen. Het materiaal wordt op een krachtige manier naar twee verschillende kanten geschraapt. De tegengestelde beweging draagt veel spanning in zich – spanning die een ruimte voor interpretatie laat. Een beweging in één richting is een radicaal feit, een eindpunt. Twee tegengestelde bewegingen zijn het begin van iets: een dialoog, een dans.

Net als zijn lichaam staat Delaere met beide voeten in de realiteit. Hij is niet het type kunstenaar die wacht tot inspiratie hem overspoelt, om vervolgens in een geniale vlaag een opus magnum te creëren. Al doende ontstaan ideeën vanzelf. Naar voorbeeld van Bruce Nauman ziet hij in alles – elk object, elke actie – een potentieel.

“What is it that an artist does when he is left alone in his studio? My conclusion was that if I was an artist and I was in the studio, then everything I was doing in the studio should be art… From that point on, art became more of an activity and less of a product.”
Bruce Nauman

In principe is de kunstenaar volledig vrij. Delaere bepaalt zijn eigen beperkingen. Binnen een vooraf vastgelegde set structurele ‘spelregels’ kan hij het denken achterwege laten. Zo creëert hij een constante (bijvoorbeeld het schrapen van het materiaal naar twee kanten van het doek) die ruimte verleent aan alle mogelijke – vrije, expressieve, impulsieve – variabelen (alle lagen, kleuren, streken en handelingen voor en na het schrapen).

Hoewel hij nooit vooraf een kleurenpalet bepaalt, zijn de kleuren die Delaere gebruikt steeds opvallend complementair. Verschillende kleuren schuilen in onderlagen, waardoor het oppervlak een mysterieuze zindering uitstraalt, nog versterkt door de neonverf: voor de geduldige kijker lijken de neonspatten, -vegen en -spikkels afwisselend uit het doek te treden en de blik op te slorpen.

Vanuit zijn wens om steeds dichter bij een lichamelijk bewustzijn te komen, koos Delaere er recent voor zich bij het werken af te sluiten van externe prikkels en gedachten. Het kunstenaarsatelier is een soort cel, een zelfgekozen isolatie: alles speelt zich af binnen die vier muren. De titel ‘Sunspots’ vormt een extreem contrast met die afzondering. De zon is de ultieme ruimte: het geeft leven en licht, het is een bestemming van ruimtereizigers en dromers zoals Icarus. De zon zien en voelen is de droom van iedereen die opgesloten zit, maar het kan ook verblinden: wie het licht te lang heeft moeten missen, staart wellicht net iets te lang in de richting van de zon. Dan dansen er vlekken voor je ogen – even krioelend en zinderend als de neonverfspatten in Delaeres nieuwe schilderijen.

Tekst Tamara Beheydt, 2021


EN

As an adolescent, Koen Delaere drew flyers and posters for performances at the local youth center. He booked bands there and occasionally took on the role of singer in punk bands. While he was studying art in Tilburg, visual art and music kept intersecting. Although music continues to be a driving force nowadays, he has completely committed himself to painting.

Abstract painting has endless potential in terms of materials, methods and expression. Delaere defines his own rules, but then leaves a lot to impulses as well. In each new series, he experiments with how a work can develop. The works in the ‘Sunspots’ exhibition consist of many layers of paint, mixed with acrylic mediums, which are then scraped to two different sides of the canvas (exceptionally also to a single side). Because the paint comes together in a thick wave at the top or bottom of the painting, the works acquire a sculptural dimension.

“I want to create something that is physical: coming from the body and from physicality. A painting as an object that relates to my own body and that of someone else. For myself I call it ‘anti-design’.”
Koen Delaere

His physical relationship to the work is very important to Delaere. To express oneself physically is a human need: by exercising, by dancing, by playing music. Attending a concert is also a physical (albeit collective) experience. Each painting is primarily a result of the artist’s physical actions. They are not meticulously thought out, or done in a precisely defined sequence; rather they are impulsive and come from a physical consciousness. The body has its own intelligence, which Delaere seeks out. To do this, he has to switch off external stimuli, ratio and language. He previously used to look for triggers, memories of concrete events, as starting points for his work, but now he shuts himself off from them for the benefit of a purely physical strength. In an organized and controlled world, where reason keeps taking over, he consciously wants to preserve his impulsive power.

 Delaere works quickly. Painting is his favourite thing to do, and yet a work is usually finished in approximately one and a half hours. He does not work in a dazed flow, but rather in a moment of hyperfocus. A painting is comparable to a punk song: everything there is to say, all the energy, is contained into that singular, brief moment. It will be over in no time, but that’s okay: the work can live on in a new physical relationship, with the viewer.

The paintings may look chaotic – after all, they are full of spots, splashes and strokes – but they are also rhythmic. Their basic rhythm is repeated throughout the exhibition, turning the whole series into a repetitive, visual and physical experience. Like a conjuring dance; not in a trance, but in a purely physical, explosive energetic experience: an action to recharge the body, opening up the physical consciousness. The material is powerfully scraped in two different directions. This opposite movement carries a great amount of tension – tension that leaves room for interpretation. A movement in one direction is a radical fact, an ending. Two opposing movements are the beginning of something: a dialogue, a dance.

 Just like his body, Delaere is firmly grounded in reality. He is not the type of artist who waits for an overwhelming inspiration to then create an opus magnum in a stroke of genius. Ideas arise naturally as he goes along. Following the example of Bruce Nauman, he sees a potential in everything – every object, every action. 

“What is it that an artist does when he is left alone in his studio? My conclusion was that if I was an artist and I was in the studio, then everything I was doing in the studio should be art… From that point on, art became more of an activity and less of a product.”
Bruce Nauman

As a principle, the artist is completely free. Delaere sets his own limitations. Within a predetermined set of structural ‘game rules’ he can leave thinking behind. In this manner, he creates a continuous element (for example the scraping of the material to two sides of the canvas) that allows for all possible – free, expressive, impulsive – variables (all layers, colors, strokes and actions before and after the scraping).

Although he never predefines a colour palette, the colours that Delaere uses are always strikingly complementary. Many colours hide in underlying layers, lending a mysterious shimmer to the surface, which is enhanced by the neon paint: to the patient observer the neon splashes, smudges and speckles seem to alternately emerge from the canvas and absorb the gaze.

 As he intends to come closer to a physical consciousness, Delaere recently chose to shut off external stimuli and thoughts while working. The artist’s studio is a kind of cell, a self-selected isolation: everything takes place within those four walls. The title ‘Sunspots’ is an extreme contrast to that seclusion. The sun is the ultimate scope: it gives life and light, it is a destination for space travelers and dreamers such as Icarus. Seeing and feeling the sun is the dream of everyone who is trapped, but it can also blind: those who have missed the light for some time, may be staring at the sun just a little too long. That’s when spots start to dance before your eyes – as teeming and sizzling as the neon splashes in Delaere’s new paintings.

Text Tamara Beheydt, 2021